In theorie is de kans op een meisje 50% en hangt deze kans niet af van het aantal jongens of meisjes dat daarvoor is geboren. Uit de structuurtellingen van het CBS blijkt echter dat bij een gezin met 0, 1, of 2 jongens en geen meisjes de kans op een volgend meisje 48,0%, 47,3% en 46,2% is. Een vrouw met twee zoons heeft dus 54% kans op weer een zoon en 46% kans op een dochter. Omgekeerd geldt dit ook voor moeders met veel dochters.